Wat je zegt ben je zelf - over taalgebruik en imago

zondag 12 January 2014

Communicatiedeskundigen zijn het erover eens: wat anderen van je vinden (je imago) en wat je als organisatie werkelijk bent (identiteit) dient zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming te zijn. Dus moet alle communicatie de identiteit ondersteunen. Daarbij speelt taalgebruik een belangrijke rol.

Ieder bedrijf weet inmiddels hoe belangrijk imago is. Als je het idee hebt dat ze bij NewWear goede en goedkope kleding verkopen, ga je er vast eens naar binnen. Maar alleen als de uitgedragen identiteit wordt bevestigd door de werkelijkheid, heeft zo’n goed imago het juiste effect. Want blijkt in de praktijk dat je je broek na een keer wassen kunt weggooien, dan ga je echt niet meer terug naar NewWear.

Het optimale zomergevoel

Taalgebruik speelt in dit proces een belangrijke rol. Wat een bedrijf communiceert moet passen bij product, dienst en doelgroep. Een voorbeeld uit de praktijk: een zwembad dat zichzelf in een folder als volgt aanprijst, lijkt zich duidelijk te richten op sportieve jongeren: “ Sportiom zorgt ervoor dat je het optimale zomergevoel te pakken krijgt. Voor alles is gezorgd. Natuurlijk heeft Sportiom, speciaal voor jullie, weer allerlei activiteiten georganiseerd! Wil je meer weten? Kijk dan snel op pagina 5”. Maar kijk je op pagina 5 van de folder, dan zie je de volgende activiteiten staan: “’50+ recreatief zwemmen’, ‘50+ zwemmen’ en ‘meer bewegen voor ouderen’”. Door het taalgebruik gaat alles mis. Voor de doelgroep tot wie de folder zich richt, zijn er geen activiteiten. Terwijl ouderen – de werkelijke doelgroep – zich niet aangesproken voelen.

Leuker kunnen we het niet maken

Ook onduidelijke taal kan veel schade aanrichten. Vooral als de organisatie graag een klantvriendelijk imago wil hebben. Neem de Belastingdienst. De dienst probeert de belastingbiljetten zo overzichtelijk en eenvoudig mogelijk te maken. Een indrukwekkende reeks brochures geven uitleg bij de ingewikkelde wetgeving. Maar bij een verzoek om teruggave van omzetbelasting gaat het toch mis. Daar kun je de volgende toelichting vinden: “U heeft het verzoek niet binnen de gestelde termijn ingediend. U bent hierdoor niet-ontvankelijk in het verzoek. De inspecteur komt ambtshalve aan het verzoek tegemoet. Dit houdt in dat u geen beroep kunt aantekenen tegen deze beslissing. Wanneer u meent dat het verzoek ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, kunt u ertegen bezwaar aantekenen bij de inspecteur. De inspecteur komt aan het verzoek tegemoet. U heeft recht op teruggaaf van belasting. Het te verrekenen of terug te vorderen bedrag staat vermeld als eindbedrag in de rechter kolom.”

Een onsamenhangende tekst die zichzelf lijkt tegen te spreken: krijgt de ontvanger nu wel of niet zijn geld terug? Het jargon en de vele ontkenningen maken de strekking onduidelijk. Een dergelijke misser is genoeg om het nagestreefde imago bij deze klant teniet te doen.

Conclusie

De meeste bedrijven zien in hoe belangrijk hun imago is. Veel geld wordt besteed aan de ontwikkeling van de huisstijl, reclame, sponsoring en bedrijfspresentaties. Minder aandacht is er voor de rol die taalgebruik in het communicatieproces speelt. Het is belangrijk dat alle taaluitingen van hetzelfde taalniveau zijn. Een taalniveau dat bovendien past bij de doelgroep.  Investeer daarom voor de verandering eens in een tekstschrijver die de juiste toon treft en weet hoe belangrijk eenvoudige, heldere taal is voor uw campagnes en uw totale onderneming.

 

(c) Marijke de Jong/Van Dale Taalbrief, maandblad met praktische taalinformatie voor overheid en bedrijfsleven.

Contact

adres

Schoolstraat 4

5261 BPVught

telefoon

0610833970

e-mail

info@jongenhelder.nl